En dan nu deel 1 (van vijf) van een mooi sprookje dat zijn weg langzamerhand door de grote machtsformaties van deze tijd heeft weten te drijven om iedereen aan het schrikken te maken.
ER WAS EENS een jager die in een hutje leefde aan de rand van het bos. Hij had een makkelijk leven, een muurkast vol whisky en een mooi, duur geweer. Als hij honger had wandelde hij naar buiten om een konijntje te schieten, die hij dan kon klaarmaken met wat kruiden en groenten uit eigen tuin.
OP EEN DAG werd de man wakker met een vreemd gevoel in zijn voorhoofd. Een soort hoofdpijn, maar dan massiever of zo. Hij stond op en mompelde "teringwhisky" alvorens zijn blaas te legen in het daarvoor bestemde toilet. Zo, vond de man, en dan is het nu tijd voor een glaasje 'jeweetwel' en hij grinnikte zachtjes. Op tafel stond de fles die hij gisteren had aangebroken, er zaten nog minstens zes flinke slokken in, schatte hij. Hij pakte een glas, om het geheel niet cheap te maken en plaatste zich aan het hoofd van de tafel. Net toen hij de dop eraf gedaaid had en bezig was zijn glas halfvol te schenken werd er op de deur geklopt. De jager, die een nerveuze aard had, liet de fles uit zijn handen vallen uit schrik. Hierdoor vloog de laatste whisky van de fles de lucht in en landde op verschillende dingen, zoals het tapijt, de tafel, de broek van de jager en dergelijke. Ook kwam de fles op de rechter grote teen van ons slachtoffer, en omdat deze geen schoenen aanhad was dat niet prettig, te horen aan de brul die de jager gaf. "Verdomme" zei hij tegen de fles, die er echter heus niks aan kon doen.
Er werd opnieuw geklopt.
"Ja ik kom er verdomme aan" riep de jager, "jezus ik kan toch godverdomme niet vliegen!"
Toen hij de deur open deed stond hij oog in oog met een niettemin kleinere mevrouw van tegen de negentig of iets in die richting. Haar haren waren ongeveer doorzichtig en haar ogen van glas. En dat komt natuurlijk grotendeels op hetzelfde neer.
"Wat moet je?" zei de jager woest.
"Dag meneer. Ik heb lang gelopen en erge dorst. Heeft u misschien een glaasje water voor een oude vrouw?"
De jager, die niet de meest redelijke persoon op de planeet was, ontplofte in ongeoorloofde woede.
"U wilt een glaasje water?" blaatte hij buiten zijn zinnen, "Ik verspil een derde van een mooie fles, dertig euro verdomme, omdat mevrouw hier een glaasje water wil? Sodemieter op godvergeten pleuriswijf! Verdrink in een meertje als je dorst hebt. Maar val mij er niet mee lastig, bejaarde kleretrut!"
Met die woorden sloot hij de deur om verder te gaan met de orde van de dag.
wordt vervolgd
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten