zondag 6 juli 2008

Het Einde van een Apocalyptisch Nummer

Door het gefluister heen besef ik dat de wereld mijn asbak is. Vanuit Jesper's raam zeg ik gezondheid als de elite niest en grinnik hier zachtjes om. De rook vliegt richting zopas, toen ik AANGEVALLEN WERD DOOR EEN KOLOSSALE HELLEHOND met puntoren. Die zal nog steeds wel aan de zonnebril ruiken die vanuit het bovenste raam van de ivoren toren een doodssprong maakte. Dat gebeurde nadat ik stokstijf stil gestaan had en het gevaarte voor mijn ogen explodeerde in blaffend vuur van verderf. Ik was hierdoor wel eerder bij Jesper die nu zijn huiselijkheid van de dag op een meer lyrische manier herhaalt en de helft van de vettige plaatsvervanger voor dure wijn in verschillende onderdelen met het tapijt deelt. Zijn vaders lievelingsband is klaar met fluisteren en doet nu de rest van 1966 na behalve de grootste inspiratie van een zanger die op mij lijkt volgens dezelfde figuur die mij probeerde te verhoeden voor wat er morgen definitief gaat gebeuren. Ik zal mijn mannelijkheid Samsonesque laten amputeren via geoefende handen om dan de bergen in te trekken en het eten in ruil daarvoor éé nmaal te vergoeden. De twee kleuren van deze dag vormen samen de afwezigheid die vandaag blijkbaar geen rol speelt in het wel of niet slagen van een avond. Dit alles terwijl ik voortdurend gecontacteerd wordt door een buurman van mijn jongste schaduw. En om af te sluiten zou ik graag een driehoek tekenen op een hippie-manier.

6 opmerkingen:

Frans zei

Is je zonnebril kapot? Die lelijke?

jesper zei

of misschien teruggevonden?

Carl Piccadilly zei

Hij is niet kapot maar uit mijn borstzakje gevallen toen ik wegrende voor een grote hond. Dat is namelijk echt gebeurd. Dat was geen stijlmiddel ofzo. Ik ben aangevallen door een hond. Hij rende achter me aan en shit. EN ik heb hem niet teruggevonden nee.En miriam is haar tas tasje kwijt met allerlei shit.

Frans zei

Maar Miriam zit in Berlijn toch, en is zodoende toch niet aangevallen door een hond?

Carl Piccadilly zei

eh nee ik, niet miriam, ik.

Carl Piccadilly zei

o nu begrijp ik je.

ja het zijn wee losstaande gebeurtenissen.
miriam is beroofd in berlijn van haar tasje. met al haar shit. als in: portemonnee met pinpas en veertig euro en IDkaart en camera en telefoon, ja. dus da's kut.