woensdag 9 juli 2008

HI/LO

En dan nu: het Jagersuurtje. Jongens en meisjes zijn jullie er klaar voor?

Wat er eerst gebeurde:
"U wilt een glaasje water?" blaatte hij buiten zijn zinnen, "Ik verspil een derde van een mooie fles, dertig euro verdomme, omdat mevrouw hier een glaasje water wil? Sodemieter op godvergeten pleuriswijf! Verdrink in een meertje als je dorst hebt. Maar val mij er niet mee lastig, bejaarde kleretrut!"
Met die woorden sloot hij de deur om verder te gaan met de orde van de dag.

Die dag gebeurde er vrij weinig. Helemaal niets bijzonders. De jager dronk wat whisky, en at de rest van het konijn op dat hij over had van gister.
Hij viel die avond dan ook als een blok in slaap.
De ochtend bracht dezelfde massieve hoofdpijn die hij gister gehad had. Ik drink te veel dacht hij en schonk een glas ochtendwhisky in. Het was nog donker buiten. Hoe laat was het eigenlijk? 6.00 zei de klok.
"Jezus" dacht de jager, "dat is godvergeten vroeg. Vandaar dat ik zo'n hoofdpijn heb."
De jager viel even stil. Deja-vu? Onzeker keek hij naar het glas in zijn hand.
Hij dronk zijn glas leeg en zette het met een klap terug waar het hoorde. Vervolgens stond hij op om zijn jas aan te trekken.
"Eens kijken of er zo vroeg al konijntjes wakker zijn."
De jager hield abrupt op met wat hij aan het doen was. Alweer een deja-vu? Hm. De jager trok zijn jas uit en ging weer zitten. Hij schonk nog een glas in en dacht na terwijl hij het rustig, met kleine nipjes, leegdronk. De hoofdpijn ging ook maar niet weg. Het ding, de hoofdpijn was in dit geval een ding te noemen, lag tussen zijn ogen ergens, maar dan verder zijn hoofd in naar achter, en gedroeg zich rebels. De rest van zijn glas sloeg hij achter over en opnieuw zette hij het glas met een klap terug waar het hoorde. Vervolgens stond hij op om zijn jas opnieuw aan te trekken.
"Daar gaan we."
Met die woorden wandelde hij naar buiten. Er floten een aantal vogeltjes, maar niet zo veel.
De man sloeg rechts af zoals hij altijd deed en liep een stukje het bos in naar de plek waarvan hij wist dat er altijd konijntjes waren. De hoofdpijn werd erger. Hij had wel vaker hoofdpijn, en dan vooral 's ochtends, maar meestal ging dat over na zijn ochtendglas. Nu had hij al twee ochtendglazen achter de rug, maar het werd alleen maar erger. Zo liep de jager ongeveer een kwartiertje in dezelfde richting, terwijl zijn hoofdpijn massiever en massiever werd en als een klein dwergje tussen zijn ogen met een ijzeren hamertje zijn hersens aan het mishandelen was.
"Irritant is dat" mompelde hij.
En hij wilde nog meer dingen in dezelfde trant mompelen maar daar had hij geen tijd voor, want op dat moment liep hij hardhandig tegen iemand op die daar blijkbaar stond. De jager had het niet gezien, omdat hij al die tijd in gedachten verzonken was geweest. De man donderde op de grond en schoot, misschien uit reflex, met het geweer dat hij blijkbaar in zijn hand gehad had.
"Nog een jager?" dacht de jager, die last had van territoriumdrang. Maar meer dacht hij niet, want hij hoorde een soort gil die van links kwam.
Met een ruk keek de jager naar links, daar lag iemad op de grond te kreunen.
Het begon de jager te dagen dat er belangrijkere dingen gaande waren dan een andere jager op zijn terrein.
"God Christus Kolere" riep de man naast hem uit alle macht. "Dat heb ik godverdomme weer!"
"Au" riep de gewonde.
"O nee he" fluisterde de jager en sloot zijn ogen.

1 opmerking:

Frans zei

Als je ook een verhaaltje doet over het whiskeydrinkende konijntje richt ik een standbeeld voor je op in het beeldenpark van mijn gedachten. Dat is geen belofte, maar een dreigement.