woensdag 4 juni 2008

achthonderdtwintig minuten (naar schatting)

* D De De jaren De jaren vijftig De jaren vijftig lagen al enige tijd als een aangename herinnering in de schaduw te slapen, zijn enige kind rustig wachtend op pagina 47 tot de volgende herinvulling. Vandaag was dan eindelijk de dag dat de jaren zeventig voltooid werden en met een korte Vlaamse, eveneens afsluitende interlude opgevolgd door de in een ruk door begonnen en afgesloten jaren zestig als sluitende invulling van het geheel. Het geheel is het algemene plus de negatief, een verondersteld vacuum ingevuld door de underground van het algemene, op zichzelf onbegrijpelijk genoeg. Het algemene is ongrijpbaar en wordt daarom enkel succesvol (kan men de term succesvol gebruiken in deze kwestie?) uitgelegd met behulp van het specifieke dat ontstaat door het algemene in te delen volgens leugentjes om eigen bestwil. Het algemene kan zodoende hergecategoriseerd worden aan de hand van het daaruitgeboren specifieke. De vuurdovende regen, geboren uit het doven van het vuur, geboren uit het te lang bakken van klei, afkomstig van de tong, enkel aangestuurd door het vooruitzicht dat het gebakken zal worden door het daaruitafkomstige vuur. Vanaf de maan ziet dit eruit als een serpentvormige armband, waarvan de sluiting genesis en apocalyps is. Maar dit zegt niets, immers: "Vanaf de Maan gezien, zijn wij allen even groot" zei Multatuli. Een voorbeeld dan:

Een paradigma bestaand uit veertien, weldra vijftien, zestien, zeventien, op een bepaalde manier zelfs achttien ribben, of plooien, ervanuitgaand dat we een paradigma moeten materialiseren op Charlotte Mutsaers' manier.
Plooi 1. Een rustige en gevarieerde pre-genesis. Hier slaperig, daar ontwakend. Hier lijdend aan de eerste vormen van agressie die als gasbellen opkomen uit de modderpoel van echos en aanverwante effecten. Nu en dan een ritme aannemend, zie! het tempo is geboren. En uiteindelijk, eerder vooraangekondigd door een greep in de bron van deze bron: de stem. Zilver.
Plooi 2. Een aanvankelijke terugval, leidend naar een greep in de vooralsnog diepste diepte, maar vooral een geboorte, bescheiden maar niettemin schokkerend. Zwart.
Plooi 3. De nageboorte, die nog niet teruggrijpt maar nog verder doorpakt en zichzelf zodoende ook herhaalt. Grijs.
Plooi 4. Het zichtbare resultaat van de eerste aftermath. Met een dreigend begin, verschillende evenredige explosies en implosies, een langgerekt over pieken en dalen snellend centrum, en een overdonderend einde, met een later toegevoegde ricochet. Goud.
Plooi 5. Een peuterpuberteit, een overtrokken vandalistische grijp op overduidelijk het voorafgaande en verborgen de naijbe toekomst. Een resultaat van vroege professionaliteit, gemengd met jeugdige concentratieproblemen. Groen.
Plooi 6. Een beknopte uitwijding op voorgenoemde concetratieproblemen, niettemin zaden spuwend voor wat nog komt. Geel.
Plooi 7. Een overwinning, een uit de schaduw gestapte schooljongen die zijn oude aard pas tevoorschijn trekt na de vierde en laatse schoolbel, echter uiteindelijk toch tot de orde geroepen en gewassen om fris de nieuwe schooldag te betreden. Rood.
Plooi 8. Vroege verschijnselen van de tweede puberteit. Uitstapjes naar verschillende experimenten, hoewel verwaarloosbare. Met een niet-zo-stille hint naar zijn de drastische aard van zijn volgende stappen. Blauw.
Plooi 9. Het vacuum. Vandaag opgevuld door een greep uit een op alle manieren groenere bibliotheek. Een greep in drie en een half deel, met de tweede als langste, en de missende helft opgevuld door de gelijkenis met de laatste helft. Onwetend in al zijn veronderstelde alwetendheid. Vacuum.
Plooi 10. Een enkelvoudig, daarom vele malen langer en uitermate puberaal experiment met blijvende gevolgen. Glas.
Plooi 11. De niet te vermijden vroege volwassenheid, beginnend in rust doch opbouwend naar een kleine serie van climaxen, een voorproefje van uitputting vanwege ouderdom, een kleinere serie van meer climaxen en een einde dat teruggrijpt naar niet alleen zijn begin maar ook het begin van het begin voor dit begin. Oranje.
Plooi 12. Een meer uitgebalanceerd vervolg in de volwassenheid, met twee korte momentjes van nostalgie en voor de rest duidelijke tekenen van overgave. Niettemin mijn favoriet. Bruin.
Plooi 13. De eerste, veel te vroege, zo lijkt het, tekenen van ouderdom. Zich uitend in een atoombom van agressieve frustratie, op dit moment echter nog zo goed mogelijk in evenwicht gehouden door het nog heldere verstand. Echter eindigend in een onbeslist gevecht tegen de voorspellende nachtmerrie. Gietijzer.
Plooi 14. De dood, leidend vanaf onwetende harmonie naar achterdocht naar ontkenning naar vaststelling naar zelfmedelijden naar zelfverwijt naar afhankelijkheid naar uitgerekte berusting. Wit.

Wanneer de mens vergaat, de wereld vergaat, de mens vergaat de wereld. De stilte strijkt over ons neer. Tijd voor een andere pagina. Een nieuwe straat. Een verse invalshoek. Een schoon kledingstuk. Een volgende een zoveelste een ee e *

2 opmerkingen:

Frans zei

Weetjewat, ik neem vrijdag die verzamelde poëzie van Ginsberg mee zodat je het Neal Cassady-seks-gedicht kan lezen.

Carl Piccadilly zei

nice, very nice